733 Joodse stadsgenoten herdacht met lichtmonument op Grote Markt

0

Op 27 januari is het Holocaust Memorial Day. Op deze dag herdenkt Haarlem de 733 Joodse stadsgenoten die zijn vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog. Burgemeester Jos Wienen: “Nooit mogen we vergeten welk onmenselijk leed hen is aangedaan.

In het hart van de stad staat van 23 januari tot 2 februari het lichtmonument Levenslicht; een kunstwerk dat bestaat uit 733 lichtgevende stenen. Evenveel als het aantal omgekomen Joodse stadsgenoten tijdens de Holocaust. Het kunstwerk is gemaakt door Daan Roosegaarde. Het bestaat in totaal uit 104.000 stenen, één steen voor ieder Nederlands slachtoffer. Behalve in Haarlem zijn er ook stenen te zien in meer dan 170 andere gemeenten.

Licht en donker
Burgemeester Jos Wienen: “Het monument is een landelijk initiatief van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, waarmee we alle 104.000 Joodse landgenoten herdenken die vermoord werden in de oorlogsjaren 1940-1945. Voor Joden zijn stenen erg belangrijk in hun herdenkingstraditie. Bij graven leggen zij altijd een steentje neer. Elke steen uit dit monument staat symbool voor een overledene. Om de paar seconden lichten een paar stenen op en doven weer. Zo maken we onze overleden Joodse stadsgenoten zichtbaar.

Groot litteken
Jos Wienen benadrukt dat we nooit mogen vergeten wat een onmenselijk leed hen is aangedaan. “Het is verschrikkelijk dat het Joodse volk systematisch vernietigd is. Een brute, onmenselijke massamoord, waar ook Haarlemse gemeenteambtenaren, ambtenaren van politie en spoorwegen en burgers aan meewerkten. Terwijl heel veel anderen het lieten gebeuren en hun ogen sloten. Voor altijd moeten familie en nabestaanden met dit litteken leven. Met de speciale herdenking op 27 januari – de dag dat het 75 jaar geleden is dat vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau werd bevrijd – doen we op een mooie en passende manier recht aan al onze Joodse stadsgenoten en hun familie.

Herdenkingsbijeenskomst
Maandagavond 27 januari is er vanaf 19.30 uur een herdenkingsbijeenkomst bij het lichtmonument op de Grote Markt. “Daar ben ik samen met leden van de Joodse Gemeente bij aanwezig,” vertelt Jos Wienen. “Natuurlijk hopen we dat daar nog veel meer Haarlemmers bij zullen zijn. Deze herdenking is iets van ons allemaal, het laat zien waar we als gemeente voor staan: voor vrijheid en de rechtsstaat!” Aansluitend vertelt schrijver en kunsthistoricus Wim de Wagt in de Gravenzaal van het stadhuis over het leven van Joodse Haarlemmers tijdens de bezettingsjaren. “Hier noemen we ook alle namen van onze overleden stadsgenoten en wordt de Kaddisj – een van de belangrijkste gebeden van het Jodendom – uitgesproken. Heel indrukwekkend.

Om meer te weten te komen over het leven van de Joodse stadsgenoten, is het boek Joods Haarlem, een topografie van hoop en herinnering (2005) van Wim de Wagt een waardevol historisch document. Het beschrijft ook hun leven tijdens de bezetting. “In die tijd woonden er in Haarlem zo’n duizend Joden, inclusief hun kinderen,” vertelt De Wagt. “Een levendige en bloeiende gemeenschap. Die nam in de jaren dertig flink toe doordat er vluchtelingen uit Duitsland naar Haarlem kwamen. In de Lange Begijnestraat bezochten zij de synagoge en in de Lange Wijngaardstraat het Gemeentegebouw. In dit pand zaten de godsdienstschool, een kleine sjoel, het kerkbestuur en de kerkenraad, maar ook een badhuis. Ook was er een Joods ziekenhuis in de stad en een Joodse begraafplaats aan de Amsterdamsevaart.

Van isolatie naar deportatie
Vanaf de zomer van 1940 legden de Duitsers de Joden allerlei beperkingen op. “Zo moest iedereen zich registreren bij de gemeente. Enige tijd later kregen alle Joodse ambtenaren ontslag en mochten Joodse onderwijzers geen les meer geven op openbare scholen. Wie zelfstandig een bedrijf of praktijk runde, bijvoorbeeld als arts, winkelier of advocaat, moest dit verplicht afstaan aan een plaatsvervanger die was aangewezen door de Duitsers. Zo raakten Joden steeds meer in een isolement.

Vanaf ’41 mogen ze niet meer naar restaurants, het zwembad of de bioscoop bijvoorbeeld. Hun deelname aan het openbare leven is nagenoeg onmogelijk. “Helemaal als in het voorjaar van ’42 de Jodenster gedragen moet worden en ze ook niet meer met het openbaar vervoer mogen reizen. Joden uit omringende dorpen moeten in die tijd verplicht naar Amsterdam verhuizen. De Haarlemse Joden hopen dan nog dat hun dit bespaard blijft. Vergeefs, want in augustus van dat jaar vertrekt de eerste trein met tweehonderd Joden naar Westerbork en Auschwitz. Een jaar later – in de zomer van 1943 – zijn er dan officieel geen Joden meer in de stad. Uiteindelijk overleven 270 Haarlemse Joden de bezetting en sterven er voor zover wij weten 733 in kampen en door oorlogsgeweld. Mooi dat zij allemaal op 27 januari allemaal een stem krijgen!

Advertentie