Het werk dat Rudolf Valster bij de pop-up galerie Bhamd toont heeft als thema de vergankelijkheid. Valster symboliseert de tijdelijkheid van ons bestaan door gebruik te maken van schijnbaar waardeloze planten zoals de distel en een uitgebloeide, half vergane zonnebloem. Zij zijn een residu van het voortschrijden van de tijd.
In deze tentoonstelling maakt de kunstenaar onder andere gebruik van cyanotypie. Deze techniek, ook wel blauwdruk genoemd, is een van de eerste fotografische technieken. De techniek kenmerkt zich doordat het resultaat altijd blauw-wit is. Ook kan er geen gebruik gemaakt worden van een lens en al het afgebeelde heeft de werkelijke grootte. Door de werkelijkheid van buiten binnen te tonen veranderen de verhoudingen. Iets wat op straat klein is, lijkt binnen heel groot. Daardoor, maar ook door het isoleren van bijvoorbeeld een plant uit haar natuurlijke habitat verandert de betekenis. Schijnbaar onkruid kan zo betekenisvol worden. Elke cyanotypie is uniek, een momentopname in de tijd.
In deze tentoonstelling zijn ook een aantal scanografieën te zien; kunst gemaakt op een scanner.
In deze scanografieën komt voor Valster alles samen; schilderkunst, cyanotypie en vergankelijkheid. Valster werkt hier met gevonden natuurlijk materiaal en pigmenten. Het werk is wat het is, je ziet wat je ziet maar door het gebruik van licht komt er een mysterieus ongrijpbaar element bij en ontstaat er een nieuwe wereld.
















