Het Midden-Amerikaanse Nicaragua staat tegenwoordig vooral op de kaart als een opkomende vakantiebestemming en een rustiger alternatief voor buurland Costa Rica, met dank aan de indrukwekkende vulkanen, de natuur en koloniale steden als Granada en León. In de jaren tachtig trokken reizigers echter met een heel ander doel naar het land. Gedreven door grote idealen staken talloze vrijwilligers er de handen uit de mouwen voor een betere toekomst van de arme boerenbevolking. Over deze bijzondere periode gaat de aangrijpende minidocumentaire Nederlandse handen voor Nicaragua in première, georganiseerd door het Haarlemse debatcentrum De Pletterij en het geschiedenisprogramma Andere Tijden. Na afloop van de film ga je samen met de idealisten van toen in gesprek over een prangende vraag: was die inzet het allemaal waard, nu de bevrijder van destijds is veranderd in de dictator van vandaag?
Internationale solidariteit in een explosieve tijd
Na de revolutie van de Sandinisten onder leiding van president Daniel Ortega ontstond het gevoel dat de nieuwe machthebbers echt het verschil wilden maken. Er was hoop op vrede, democratie en sociale rechtvaardigheid. Vanuit de hele wereld reisden veelal links-georiënteerde vrijwilligers af naar het land om vanuit internationale solidariteit te helpen bij het bouwen van scholen of de koffiepluk. De minidocumentaire volgt vijf Nederlanders en legt hun persoonlijke drijfveren bloot, waarmee zij symbool staan voor de grote groep landgenoten die destijds het lot van de bevolking wilde verbeteren.
Hoe maakbaar die utopie daadwerkelijk was, bleek al snel een lastige kwestie. Nicaragua kampte met een staatsschuld van ongeveer 1,6 miljard Amerikaanse dollar en was economisch ontwricht, verpauperd en getraumatiseerd. Daarbij keek de Verenigde Staten met argusogen naar het nieuwe linkse, revolutionaire regime. Wie vindt dat Trump in Venezuela ver buiten zijn boekje gaat, zal bij het zien van de persoonlijke verhalen in deze documentaire verbijsterd zijn over de enorme druk die de Amerikanen destijds op het Sandinistische regime uitoefenden. Om het land te destabiliseren en pro-Amerikaanse leiders in het zadel te helpen, voerde de VS een vuige politiek met illegale steun aan de anti-sandinistische contra-revolutionairen. Dit mondde uit in het beruchte Iran-Contra-schandaal, waarbij geheime wapenleveringen aan Iran werden gebruikt om de Contra’s stiekem te financieren.
Van revolutionair naar dictator
De vijf geportretteerde Nederlanders leefden en werkten midden in deze explosieve situatie. Ze gaven jaren van hun leven en werkten hard, maar kregen ook te maken met het geweld van de door de VS gesteunde Contra’s en verkeerden zelfs in levensgevaar. Inmiddels rijst de vraag wat er van al die dromen en idealen terecht is gekomen. Tegen de revolutionair van toen wordt nu fel geprotesteerd, omdat Daniel Ortega zich heeft ontpopt tot een dictator.
Grote protesten tegen de regering werden in 2018 met harde hand neergeslagen, waarbij vele doden vielen. Bij de verkiezingen van 2021 werden zowel de opkomst als de uitkomst bewust gemanipuleerd en in de zomer van 2026 maakte Ortega bekend dat er voortaan helemaal geen democratische verkiezingen meer worden gehouden. Ondertussen leeft de bevolking nog altijd in grote armoede en voelen velen zich onderdrukt, in het bijzonder de inheemse Indianen als oorspronkelijke inwoners van het land.
Nagesprek met de betrokkenen van toen
Direct na de vertoning van de minidocumentaire vindt er een discussie en nagesprek plaats onder leiding van Kees Elenbaas, die als oud-correspondent voor Latijns-Amerika veelvuldig over Nicaragua berichtte. Je luistert hierbij naar de verhalen van drie betrokkenen die ook in de documentaire te zien zijn:
- Theo Roncken: Hij hielp in 1983 mee met de koffiepluk en raakte zo geïnspireerd dat hij zich in Nicaragua vestigde. Vanwege zijn kritische houding kwam hij echter in conflict met de autoriteiten onder Ortega, waarna hij zijn baan verloor en in 1991 het land moest verlaten.
- Map van der Wilden: Zij reisde in 1984 voor het eerst als vrijwilliger naar Nicaragua om mee te bouwen aan een school. Samen met haar vriend besloot ze vervolgens om in de hoofdstad Managua te gaan wonen en werken, totdat ze in 1992 terugkeerden naar Nederland.
- Goof van Dormolen: Als brigadist trok hij vele malen naar het land om koffie te plukken, huizen te bouwen en een in brand gestoken koffieplantage weer op te bouwen. In 1988 maakte hij deel uit van een bouwploeg in El Coral, waar hij samen met tien andere Nederlanders ’s nachts werd overvallen door de Contra’s.
Lessen voor het hedendaagse idealisme
Een avond over gewetensvolle solidariteit en de vraag wat je reëel gezien voor een ander kunt betekenen, past precies bij de maatschappelijke programmering van het Haarlemse cultuur- en debatcentrum. Juist in deze tijd, waarin dicht bij huis steeds feller wordt gestreden om basiszaken als een betaalbare woning, goede medische zorg en betaalbare energie, en waarin het socialisme een nieuwe generatie als GenZ aanspreekt, dwingt deze geschiedenis tot nadenken. Hoe ver reikt ons idealisme eigenlijk en welke lessen trek je uit de ervaringen van toen? Meer informatie over het programma en het reserveren van een plek vind je op de website van De Pletterij.
Info
- Première minidocumentaire ‘Nederlandse handen voor Nicaragua’ met nagesprek
- De Pletterij en geschiedenisprogramma Andere Tijden
- De Pletterij, Haarlem (zie pletterij.nl)
- Woensdagavond 14 oktober 2026

Andere Tijden – Nederlandse handen voor Nicaragua – Pletterij
Première van mini-documentaire over Nederlandse vrijwilligers in Nicaragua in de jaren ‘80 De Pletterij en het geschiedenisprogramma Andere Tijden organiseren de première van ‘Nederlandse handen voor Nicaragua’. Een mini-documentaire over vijf Nederlanders, die in de jaren tachtig naar Nicaragua afreizen om het land op te bouwen. Na de revolutie van de Sandinisten, met Daniel Ortega […]
Gerelateerde berichten
- Advertentie -















