Omdat ik iets te zeggen had

0

Het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis presenteert van 8 februari tot 24 maart 2016 de tentoonstelling ‘Omdat ik iets te zeggen had’, over Nederlandse schrijfsters uit de negentiende eeuw.

Deze expositie in het Noord-Hollands Archief aan de Jansstraat 40 in Haarlem, was eerder in een andere samenstelling te zien in het Letterkundig Museum in Den Haag. De tentoonstelling vestigt de aandacht op de vele tientallen schrijfsters die in de negentiende eeuw actief waren in ons land.

Haarlemse schrijfsters
Een aantal van deze schrijfsters woonde in Haarlem, of had anderszins connecties met de stad. Bijvoorbeeld doordat hun werk hier werd uitgegeven of omdat zij over Haarlem schreven: Juliana de Lannoy, Petronella Moens, Amy de Leeuw. Schrijfsters van boeken die nu nauwelijks meer gelezen worden, maar zeer bekend waren in hun tijd. Recent onderzoek wijst uit dat zij ons vandaag de dag nog wel degelijk iets te zeggen hebben.

Aan de hand van brieven, portretten, tekstfragmenten en commentaren van tijdgenoten, afkomstig uit de rijke collecties van het Letterkundig Museum en het Noord-Hollands Archief komen enkele van deze ‘Haarlemse’ schrijfsters tot leven. De tentoonstelling laat zien hoe interessant en wars van conventies deze schrijfsters konden zijn – en hoe verrassend hun werk vaak is.

Opening en vervolg
De opening van de tentoonstelling vindt plaats op donderdag 4 februari om 17.00 uur en is vrij toegankelijk. Bij die gelegenheid zal kort het woord worden gevoerd door Annemarie Doornbos (Neerlandica, auteur van een dissertatie over Geertruida Bosboom-Toussaint), Margriet Hoogendoorn (‘Utrechtgids’ en gespecialiseerd in Johanna van Woude) en Elja Schröder (Neerlandica en kleindochter van Anna van Gogh-Kaulbach).

De expositie zal, wederom in aangepaste vorm, ook te zien zijn in Amsterdam (Atria kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis; april 2016) en in Utrecht (Centrale bibliotheek; oktober-november 2016). In Amsterdam ligt de nadruk op vrouwelijke geschiedschrijving aan de hand van materiaal uit de collectie van Atria en in Utrecht zal er vooral aandacht zijn voor Utrechtse schrijfsters.